Bereken enkelvoudige evenredigheid en ontdek de rechte of omgekeerde evenredigheid tussen verschillende waarden, met formule stap voor stap en voorbeelden. Gebruik een punt als decimaalteken.
X
X =
Formule die voor de berekening is gebruikt:
Je zou geïnteresseerd kunnen zijn in:
Evenredigheid is een methode om een onbekende waarde te vinden uit drie gegevens die met elkaar samenhangen. In de klas heet dezelfde methode vaak de regel van drie of kruislings vermenigvuldigen. Het verband kan recht evenredig zijn (ook directe evenredigheid), wanneer beide grootheden samen toenemen of afnemen, of omgekeerd evenredig, wanneer de ene toeneemt en de andere afneemt.
Naargelang hoeveel grootheden meedoen, spreekt men van enkelvoudige evenredigheid of van samengestelde evenredigheid. De enkelvoudige vergelijkt twee grootheden; de samengestelde wordt gebruikt als er drie of meer zijn. Hieronder wordt elk type uitgelegd, met formule en voorbeelden.
Enkelvoudige evenredigheid wordt gebruikt wanneer er twee grootheden zijn en drie waarden bekend zijn. Het doel is de vierde te vinden. Die kan recht of omgekeerd evenredig zijn, naargelang de grootheden in dezelfde richting of in tegengestelde richting veranderen.
Rechte evenredigheid geldt wanneer, als de ene grootheid toeneemt, de andere ook toeneemt, en als de ene afneemt, de andere afneemt. Bijvoorbeeld: een grotere download duurt langer. Met de gegevens A, B en C wordt de onbekende waarde zo berekend:
Als het downloaden van 5 GB 10 uur duurt, hoe lang duurt het downloaden van 8 GB?
Omgekeerde evenredigheid geldt wanneer, als de ene grootheid toeneemt, de andere afneemt. Bijvoorbeeld: meer arbeiders maken dezelfde klus in minder dagen klaar. De opstelling van de gegevens is hetzelfde als bij de rechte; wat verandert, is de formule waarmee X wordt berekend:
Als 5 arbeiders 10 dagen nodig hebben voor een klus, hoe lang hebben 8 arbeiders nodig?
Samengestelde evenredigheid wordt gebruikt wanneer er drie of meer grootheden meedoen. Elke grootheid kan recht of omgekeerd evenredig zijn ten opzichte van de gezochte. Je lost het stapsgewijs op: eerst één verband en met dat resultaat het volgende.
Als 2 personen 6 uur nodig hebben om 1 kamer te verven, hoeveel uur hebben 4 personen nodig om 3 kamers te verven?
Eerst wordt elk verband ingedeeld:
Met omgekeerde evenredigheid wordt berekend hoe lang 4 personen nodig zouden hebben om 1 kamer te verven:
4 personen hebben 3 uur nodig om 1 kamer te verven. Met rechte evenredigheid volgt de tijd voor 3 kamers:
Daarom hebben 4 personen 9 uur nodig om 3 kamers te verven.